Skip to content

Publicaties

Voor kwalificatie arbeidsovereenkomst partijbedoeling niet langer van belang!

Hoge Raad 6 november 2020:
voor kwalificatie arbeidsovereenkomst partijbedoeling niet langer van belang!

De kwalificatie van de rechtsverhouding waaruit arbeid wordt verricht, is van groot belang. De kwalificatie bepaalt immers, onder andere, of de arbeidskracht in kwestie wel of niet onder een cao valt en heeft grote fiscale gevolgen. De opdrachtgever is immers, anders dan een werkgever, niet gehouden tot afdracht van de werkgeversheffingen.

Het grote belang van de kwalificatie maakt dat zowel arbeidskrachten, als opdrachtgevers dan wel werkgevers al jarenlang op zoek zijn naar constructies om dit te beïnvloeden. Over dit vraagstuk is dan ook al heel veel rechtspraak gepubliceerd waaronder arresten van de Hoge Raad. In 1997 is door de Hoge Raad een arrest gewezen die tot vrijdag 6 november 2020 gold als standaard, namelijk het arrest Groens/Schoevers. Uit dit belangrijke arrest uit 1997 volgde het uitgangspunt dat bij de kwalificatie van de rechtsverhouding gekeken moet worden naar wat partijen bij het aangaan van de overeenkomst hebben beoogd. De Hoge Raad maakte daar wel de kanttekening bij dat ook moest worden gekeken naar de wijze waarop feitelijk aan de overeenkomst uitvoering is gegeven. Op basis van dit arrest stond vast dat ‘de partijbedoeling’ van zeer grote waarde was in de kwalificatie van de rechtsverhouding tussen partijen en daarmee voor de vraag of wel of geen werkgeversheffingen verschuldigd zijn. We schrijven ‘stond vast’ omdat dit sinds 6 november 2020 niet langer het geval is.

In het arrest van 6 november 2020 oordeelt de Hoge Raad immers dat in een situatie waarbij de ene partij zich verbindt in dienst van de andere partij tegen loon gedurende zekere tijd arbeid te verrichten sprake is van een arbeidsovereenkomst, en dat daarbij niet van belang is of partijen daadwerkelijk de bedoeling hadden een arbeidsovereenkomst aan te gaan. Waar het om gaat is of de overeengekomen rechten en plichten voldoen aan de wettelijke omschrijving van de arbeidsovereenkomst. De Hoge Raad oordeelt expliciet dat:

“Anders dan uit het arrest Groens/Schoevers wel is afgeleid, speelt de bedoeling van partijen dus geen rol bij de vraag of de overeenkomst moet worden aangemerkt als een arbeidsovereenkomst. (…)”.

Met dit arrest is een spreekwoordelijke bom gelegd onder legio arbeidsverhoudingen tussen opdrachtgevers en opdrachtnemers, die zich de vraag moeten gaan stellen of, ondanks hun partijbedoelingen die gericht was op een overeenkomst van opdracht, niet desondanks sprake is van een arbeidsovereenkomst. Hetzelfde geldt voor stageovereenkomsten en overeenkomsten op basis waarvan vrijwilligers werken. Indien sprake is van arbeid, loon en gezag geldt meer dan eens dat alle verplichtingen horende bij de arbeidsovereenkomst van toepassing zijn, ongeacht de bedoeling van partijen.

Wilt u weten wat dit wellicht voor uw contract of onderneming betekent? Bel of mail onze specialisten arbeidsrecht verbonden aan MulderVanGeel advocaten te Almelo op 0546 575 988 of tenfeld@muldervaneel.nl.

Deze informatie delen:

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin

Vragen? neem dan gerust contact met mij op:

advocaat-ten-feld
mr. L.S.F. ten Feld
Advocaat (partner)